Onder Nederlanders jonger dan 30 jaar zegt 43 procent minstens twee keer per maand eten van de barbecue te eten. Bij 30- tot 39-jarigen ligt dit aandeel met 45 procent nog iets hoger. Onder 60-plussers is barbecueën duidelijk minder populair: van hen doet 16 procent dit minstens twee keer per maand.
Jonge gezinnen barbecueën het vaakst
Ook de gezinssituatie speelt een belangrijke rol. Van huishoudens met kinderen jonger dan 12 jaar eet de helft in de zomer minstens twee keer per maand van de barbecue. Bij gezinnen met kinderen tussen de 13 en 17 jaar is dat 37 procent.
Alleenstaanden steken de barbecue minder vaak aan. Van de eenpersoonshuishoudens zegt 21 procent minstens twee keer per maand eten van de barbecue te eten.
Mannen staan meestal achter de barbecue
Opvallend is de taakverdeling zodra de barbecue wordt aangestoken. Hoewel vrouwen volgens het onderzoek vaker de dagelijkse maaltijd bereiden, nemen mannen tijdens het barbecueën meestal plaats achter de grill.
Van de mannen zegt 67 procent doorgaans achter de barbecue te staan, tegenover 16 procent van de vrouwen. Vooral mannen tussen de 30 en 49 jaar nemen deze taak op zich. Bij mannen van 30 tot en met 39 jaar gaat het zelfs om 84 procent.
Vrouwen houden zich juist vaker bezig met de voorbereidingen. Zo zegt 63 procent boodschappen te doen, ingrediënten te snijden of vlees te marineren. Bij vrouwen tussen de 30 en 39 jaar loopt dit percentage op tot 77 procent.
Overijssel behoort tot fanatiekste barbecueprovincies
Ook tussen provincies bestaan duidelijke verschillen. Flevoland voert de lijst aan: 45 procent van de inwoners eet tijdens de zomer minstens twee keer per maand van de barbecue. Overijssel staat met 40 procent op de tweede plaats, gevolgd door Noord-Brabant met 37 procent.
In Friesland wordt aanzienlijk minder vaak gebarbecued. Daar zegt 22 procent van de inwoners minstens twee keer per maand de barbecue aan te steken.
Onderzoek onder ruim 2.000 Nederlanders
Het onderzoek werd uitgevoerd door PanelWizard in opdracht van Keukenloods. In totaal deden 2.066 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee. De steekproef is volgens de onderzoekers representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking. Het onderzoek vond plaats van 21 tot en met 24 juli 2026.






